• Robin

Verpleegkundig rekenen... laat je niet kennen!

Spannend, je moet een medicijn toedienen en moet hiervoor een berekening maken... Op de opleiding heb je dit al zo vaak geoefend, maar nu is het echt! Die 10 voor verpleegkundig rekenen heb je dan wel moeten halen, maar zoals velen kunnen beamen: de eerste paar keer een verpleegkundige berekening maken voor een patiënt in plaats van voor een fictieve casus is best spannend. Maar onthoud: het is goed als je je een beetje gespannen voelt, want dat betekent dat jij een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebt en het graag goed wil doen! Laat je er echter niet onzeker door maken, you got this! Met de tips in deze blog ga je er een succes van maken:


💡𝕋𝕚𝕡 1: laat je nooit opjagen bij dit soort berekeningen, neem er de tijd voor en geef ook aan je omgeving aan dat je even rustig moet nadenken.


💡 𝕋𝕚𝕡 2: schrijf de berekening helemaal uit.


💡 𝕋𝕚𝕡 3: pak gewoon je rekenmachine erbij om het te checken.


💡 𝕋𝕚𝕡 4: controleer altijd of de uitkomst logischerwijs kan kloppen. Als je erop uit komt dat je 100mg morfine in een bolus moet geven dan klopt er waarschijnlijk iets niet!


💡 𝕋𝕚𝕡 5: gebruik de '𝕍𝕖𝕣𝕡𝕝𝕖𝕖𝕘𝕜𝕦𝕟𝕕𝕚𝕘 𝕣𝕖𝕜𝕖𝕟𝕖𝕟' kaart van Zorg Zipper voor de meest voorkomende handige formules!


Rekenvoorbeeldje:

Stel een patiënt moet 5 mg Dipidolor intramusculair krijgen tegen de pijn. Je hebt een ampul van 10 mg/ml, hoeveel ml moet je dan optrekken?


💉 De vraag is dus: als 10 mg 1 ml is, hoeveel ml is dan 5 mg?


Je kan dan het beste een kruistabel maken met 4 vakjes. Je hebt al 3 van de 4 gegevens dus die zet je in de tabel, met altijd dezelfde waarden onder elkaar (zie foto).


Je gaat eerst kruislings vermenigvuldigen en daarna delen door het getal dat je nog niet hebt gebruikt. Dus je doet zoals op de foto:

1⃣ X 2⃣ : 3⃣ = 4⃣


Dan krijg je het antwoord dat in het lege hokje komt. Dus (5 mg X 1 ml) : 10 mg = 0,5 ml.


84 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven