Kennisbank · 7 min lezen
Delier, dementie of depressie? De 3 D's en de DOS uitgelegd
Een delier begint acuut, in uren tot dagen, en het bewustzijn en de aandacht zijn gestoord en wisselen over de dag. Dementie begint sluipend, gaat langzaam vooruit en laat bewustzijn en aandacht in het begin intact. Een depressie ontstaat geleidelijk over weken, met een helder bewustzijn en een intact geheugen.
De 3 D’s naast elkaar
Delier, dementie en depressie lijken op elkaar aan het bed: een oudere die verward is, weinig zegt of niet meewerkt. Het onderscheid zit in het begin, het beloop en vooral in het bewustzijn en de aandacht. Die zijn bij een delier gestoord en bij de andere twee niet, tenminste niet in het begin.
| Delier | Dementie | Depressie | |
|---|---|---|---|
| Begin | Acuut (uren tot dagen) | Sluipend | Geleidelijk (enkele weken) |
| Beloop | Symptomen fluctueren over 24 uur | Langzame progressie | Symptomen fluctueren over 24 uur |
| Bewustzijn en aandacht | Bewustzijn gedaald, aandacht gestoord | In beginstadium bewustzijn en aandacht ongestoord | Bewustzijn en aandacht ongestoord |
| Oriëntatie | Gestoord | Gestoord | Ongestoord |
| Geheugen | Kortetermijngeheugen gestoord | Lange- en kortetermijngeheugen gestoord | Intact |
| Hallucinaties en wanen | Doorgaans aanwezig | Doorgaans afwezig in beginstadium | Soms aanwezig (psychotische depressie) |
De drie sluiten elkaar niet uit. Dementie is de belangrijkste risicofactor voor een delier, en een depressie komt bij beide voor. Een plotselinge verslechtering bij iemand met dementie is daarom een delier tot het tegendeel is bewezen. Vraag bij twijfel aan de familie: is dit anders dan normaal, en sinds wanneer? Zij kennen de uitgangssituatie beter dan wie ook.
De DOS: dertien observaties per dienst
De Delirium Observatie Schaal (DOS) is een verpleegkundig screeningsinstrument. Je hoeft er geen vragen voor te stellen; je scoort wat je tijdens de gewone zorg ziet. Dat maakt de schaal geschikt voor elke dienst en elke patiënt, ook als die moe of slecht aanspreekbaar is. De dertien items staan hieronder in de volgorde van de kaart.
| Observatie | Nooit | Soms of altijd |
|---|---|---|
| Zakt weg tijdens gesprek of bezigheden | 0 | 1 |
| Is snel afgeleid door prikkels uit omgeving | 0 | 1 |
| Heeft aandacht voor gesprek of handeling | 1 | 0 |
| Maakt vraag of antwoord niet af | 0 | 1 |
| Geeft antwoorden die niet passen bij de vraag | 0 | 1 |
| Reageert traag op opdrachten | 0 | 1 |
| Denkt ergens anders te zijn | 0 | 1 |
| Beseft welk dagdeel het is | 1 | 0 |
| Herinnert zich recente gebeurtenis | 1 | 0 |
| Is plukkerig, rommelig, rusteloos | 0 | 1 |
| Trekt aan infuus/sonde/katheter | 0 | 1 |
| Is snel of plotseling emotioneel | 0 | 1 |
| Ziet of hoort dingen die er niet zijn | 0 | 1 |
Let op de drie omgekeerde items
Bij tien items betekent soms of altijd een punt. Bij drie items is het andersom: heeft aandacht voor gesprek of handeling, beseft welk dagdeel het is en herinnert zich recente gebeurtenis scoren 1 bij nooit en 0 bij soms of altijd. Het zijn de items die normaal gedrag beschrijven; het ontbreken daarvan is het signaal. Dit is de fout die op de DOS het vaakst wordt gemaakt.Zo reken je de score uit
- Scoor één keer per dienst, dus drie keer per dag: dagdienst, avonddienst en nachtdienst. Tel per dienst de punten op (0 tot 13).
- De eindscore is het totaal van de drie diensten gedeeld door 3.
- Eindscore lager dan 3: waarschijnlijk geen delier. Eindscore 3 of hoger: waarschijnlijk een delier, informeer de arts.
- Slaapt de patiënt of weet je het niet, dan scoor je voor dat item 0. Je scoort wat je hebt gezien, niet wat je vermoedt.
De DOS stelt geen diagnose. De schaal zegt: dit gedrag past bij een delier, kijk verder. De diagnose stelt de arts, meestal met de DSM-criteria of de CAM. Ook een eindscore onder de 3 bij een patiënt die je niet vertrouwt, is een reden om te overleggen. Begin bij voorkeur al bij opname met scoren als de patiënt een verhoogd risico heeft (70 jaar of ouder, dementie, eerder delier, ernstige ziekte, operatie), zodat je een uitgangswaarde hebt.
Wat je doet bij een verhoogde DOS
Een delier is een symptoom van iets anders: het brein reageert op een lichamelijke ontregeling. De behandeling begint daarom niet bij het gedrag, maar bij de oorzaak. Wat jij doet, in deze volgorde.
1. Informeer de arts
Meld de DOS-eindscore, de losse items die scoren, sinds wanneer het gedrag anders is en de laatste vitale functies. Gebruik de SBAR, zodat de arts in één keer alles hoort. Bij een acute verandering wacht je niet op de eindscore van de dag.
2. Zoek mee naar de oorzaak
De uitlokkende factor is vaak iets wat jij als eerste kunt zien of meten. Loop dit rijtje na en neem de bevindingen mee in je overleg:
- Infectie: temperatuur, urine, longen, wond. Bij ouderen is een delier vaak het enige teken van een infectie.
- Medicatie: nieuw gestart, recent gestopt of gewijzigd? Vooral opiaten, benzodiazepinen, anticholinergica en corticosteroïden.
- Pijn: ook bij een patiënt die niet klaagt. Gebruik een pijnscore die past bij de patiënt.
- Obstipatie: wanneer was de laatste ontlasting?
- Urineretentie: een volle blaas kan een oudere volledig ontregelen. Doe een bladderscan.
- Dehydratie: vochtinname, urineproductie, huidturgor, mondslijmvlies.
- Ontwenning: alcohol, nicotine, slaapmiddelen. Vraag ernaar bij de familie als de patiënt het zelf niet kan vertellen.
3. Niet-medicamenteuze maatregelen
Deze maatregelen zijn de basis van de behandeling én van de preventie, en jij kunt ze direct inzetten:
- Bril en gehoorapparaat op, schoon en werkend. Zonder zicht en gehoor kan niemand zich oriënteren.
- Dag-nachtritme: overdag licht, gordijnen open, uit bed; ’s nachts donker en rustig, zo min mogelijk controles.
- Familie erbij, ook buiten bezoektijd. Een vertrouwd gezicht doet meer dan welke maatregel ook. Vraag om foto’s en vertrouwde spullen.
- Oriëntatiehulp: klok en kalender in het zicht, zeg bij elk contact wie je bent, waar de patiënt is en welk dagdeel het is.
- Rust: één aanspreekpunt, korte zinnen, geen discussie over wanen, geen kamerwisseling.
- Vocht, voeding en mobiliseren volgens plan; obstipatie en dehydratie voorkomen.
4. Veiligheid
Bed in de laagste stand, bel binnen bereik, lijnen en katheter uit het zicht of zo mogelijk verwijderd, vaker langslopen. Vrijheidsbeperkende maatregelen zijn een laatste middel en vragen altijd een besluit volgens het protocol van je afdeling. Medicatie tegen de onrust is aan de arts; een delier gaat pas over als de oorzaak is behandeld.
De valkuil: het stille delier
Een delier is niet altijd plukken en roepen. Bij het hypoactieve of stille delier is de patiënt juist rustig, slaperig, teruggetrokken en traag, en eet en drinkt hij weinig. Deze vorm komt bij ouderen het meest voor en wordt het vaakst gemist, omdat de patiënt niemand tot last is en het beeld op een depressie lijkt. De prognose is niet beter dan bij een onrustig delier. Scoor de DOS daarom ook bij de patiënt die ‘zo lekker rustig’ is, en let op de items over wegzakken, traag reageren en aandacht.Na het delier
Een delier duurt dagen tot weken en kan na het herstel nog lang sporen achterlaten in het geheugen en het functioneren. Blijf de DOS scoren tot de eindscore een aantal dagen onder de 3 ligt, vertel de patiënt en de familie achteraf wat er is gebeurd, en zet het delier in de overdracht naar huis of naar het verpleeghuis. Wie één keer een delier heeft gehad, heeft bij een volgende opname een verhoogd risico, en dat wil de volgende afdeling weten.
Waarom staat de DOS niet op elke afdeling op dezelfde manier in het systeem?
De schaal zelf is overal hetzelfde: dertien items, drie diensten, delen door 3. Instellingen verschillen in wanneer ze beginnen met scoren (bij opname bij elke 70-plusser, of pas bij een vermoeden), hoe lang ze doorgaan en of het elektronisch dossier de eindscore zelf uitrekent. Volg daarin het protocol van je eigen afdeling; de afkapwaarde van 3 verandert daar niet door.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een delier en dementie?
Het tempo en het bewustzijn. Een delier begint acuut, in uren tot dagen, en het bewustzijn en de aandacht zijn gestoord en wisselen over de dag. Dementie begint sluipend, gaat over maanden tot jaren langzaam vooruit en het bewustzijn is in het begin helder. Iemand met dementie kan wel een delier krijgen; een plotselinge verslechtering bij dementie is een delier tot het tegendeel bewezen is.
Wanneer is de DOS-score verhoogd?
Bij een eindscore van 3 of hoger. De eindscore is het totaal van de drie diensten van één dag gedeeld door 3. Onder de 3 is er waarschijnlijk geen delier, vanaf 3 waarschijnlijk wel. De DOS stelt geen diagnose; dat doet de arts. De score is de reden om te bellen.
Hoe vaak scoor je de DOS?
Eén keer per dienst, dus drie keer per dag: in de dagdienst, de avonddienst en de nachtdienst. Je scoort wat je in die dienst hebt gezien. Slaapt de patiënt of heb je het gedrag niet kunnen observeren, dan scoor je 0 voor dat item.
Kan een patiënt een delier hebben zonder onrustig te zijn?
Ja, en dat is zelfs de meest voorkomende vorm bij ouderen. Bij een stil of hypoactief delier is de patiënt juist rustig, teruggetrokken, slaperig en traag. Omdat deze patiënt niemand tot last is, wordt het delier vaak gemist of aangezien voor een depressie. De DOS pikt het wel op via de items over wegzakken, traag reageren en aandacht.


De kaart voor aan je uniform
Algemeen: 3 D's en DOS
Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.
Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de DOS en 3 D's-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen


