ZorgZipper

Kennisbank · 6 min lezen

Normaalwaarden vitale functies: de tabel voor volwassenen

Voor een gezonde volwassene in rust geldt: ademhaling 12 tot 20 per minuut, pols 60 tot 100 en regulair, bloeddruk rond 120/80, saturatie 95 tot 100 procent, temperatuur 36,5 tot 37,5 graden, urineproductie 0,5 ml per kilo per uur, capillaire refill binnen 2 seconden en een nuchtere glucose van 3,5 tot 6,0 mmol/l.

De normaalwaarden voor een volwassene in rust

De tabel hieronder geeft de waarden zoals ze op de kaart staan, aangevuld met wat een afwijking naar boven of beneden kan betekenen. Dat laatste is een richting om in te denken, geen diagnose. Eén afwijkende waarde zegt weinig; de combinatie en de trend zeggen veel.

ParameterNormaalwaardeWat een afwijking kan betekenen
Ademhaling12 tot 20 per minuut, regelmatige ademhaling, geen bijgeluidenTe hoog: pijn, angst, koorts, sepsis, hartfalen, longembolie, acidose. Te laag: opiaten, sedativa, uitputting, neurologische oorzaak. Bijgeluiden (piepen, reutelen, stridor) wijzen op een vernauwde of belemmerde luchtweg.
Temperatuur36,5 tot 37,5 °CTe hoog: infectie, ontstekingsreactie na een operatie, uitdroging, medicatie. Te laag: onderkoeling, ernstige sepsis (vooral bij ouderen), schildklierprobleem, langdurig stilliggen.
Bloeddruk120/80 (systole 100 tot 140, diastole 60 tot 95)Te hoog: pijn, stress, volle blaas, hypertensie, te weinig of vergeten medicatie. Te laag: bloedverlies, uitdroging, sepsis, hartfalen, allergische reactie, bijwerking van medicatie. Een dalende systole bij een stijgende pols is een alarmsignaal.
Pols60 tot 100, regulairTe hoog: koorts, pijn, angst, bloedverlies, uitdroging, hartritmestoornis, schildklier. Te laag: bètablokker, geleidingsstoornis, getraind hart, onderkoeling, verhoogde hersendruk. Irregulair: denk aan boezemfibrilleren.
Saturatie95 tot 100%Te laag: longontsteking, COPD-exacerbatie, longembolie, hartfalen, verslikking, te veel opiaten. Een saturatie van 100% zegt weinig als er zuurstof bij zit; noteer altijd hoeveel. Koude vingers, nagellak en een slechte doorbloeding geven een onbetrouwbare meting.
Urineproductie0,5 ml/kg/uur (onder andere afhankelijk van de hoeveelheid infusvloeistof), lichtgeel, helderTe laag: uitdroging, te weinig circulerend volume, nierfunctiestoornis, urineretentie (de blaas is dan juist vol). Te veel: diuretica, ontregelde diabetes, veel infuus. Donkere urine wijst op te weinig vocht, troebele of ruikende urine op een infectie.
Capillaire refill2 secondenTe traag: slechte perifere doorbloeding door shock, uitdroging of onderkoeling. Meet centraal (op het borstbeen) als de handen koud zijn.
OriëntatieGeoriënteerd in tijd, plaats en persoonAfwijkend: delier, hypoglykemie, te weinig zuurstof, infectie, medicatie, beroerte, dementie. Een acute verandering in oriëntatie is altijd een reden om verder te kijken.
HuidturgorVormt snel terug, blijft niet staan (goed gehydrateerd)Blijft staan: uitdroging. Bij ouderen is de huid van nature minder elastisch; beoordeel daar liever de tong en het mondslijmvlies.
GlucoseNuchter 3,5 tot 6,0 mmol/lTe hoog: diabetes, stress, corticosteroïden, infectie. Te laag: te veel insuline of tabletten, te weinig gegeten, alcohol, ernstige infectie. Een hypo kan zich uiten als verwardheid, zweten, trillen of agressie.
Dezelfde waarden en dezelfde volgorde als op de kaart. De derde kolom is een denkrichting, geen diagnose.

Waarom ‘normaal’ per patiënt verschilt

De tabel beschrijft een gezonde volwassene in rust. De patiënt in het bed is dat zelden. Daarom vergelijk je een meting niet alleen met de tabel, maar ook met de eigen uitgangswaarde van de patiënt. Die staat in het dossier of in de eerste metingen van de opname.

  • COPD. Bij een deel van de mensen met ernstig COPD is een saturatie van 88 tot 92 procent het streefdoel. Meer zuurstof kan bij hen de ademprikkel onderdrukken. Het streefdoel hoort in het behandelplan te staan.
  • Sporters en bètablokkers. Een rustpols van 45 tot 55 is bij een getraind hart normaal, en een bètablokker houdt de pols laag, ook bij koorts of bloedverlies. Bij deze patiënten is een pols die niet stijgt dus geen geruststelling.
  • Ouderen. De koortsreactie is vaak afgezwakt: een oudere met een ernstige infectie kan een temperatuur van 37,2 hebben. De bloeddruk ligt vaak hoger, de huidturgor is minder betrouwbaar en een delier is bij hen dikwijls het eerste teken van ziekte.
  • Koorts. Bij elke graad temperatuurstijging stijgt de pols met ongeveer 10 slagen en de ademhaling neemt toe. Een pols van 105 bij 39 graden is dus verklaarbaar; een pols van 105 bij 36,8 niet.
  • Medicatie. Opiaten en slaapmiddelen remmen de ademhaling, antihypertensiva verlagen de tensie, corticosteroïden verhogen de glucose, diuretica verhogen de urineproductie. Kijk bij een afwijkende waarde altijd op de medicatielijst.
  • Zwangerschap. De pols ligt 10 tot 15 slagen hoger, de bloeddruk in het tweede trimester iets lager, en de ademhaling is sneller. Een stijgende bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap is juist een alarmsignaal.

Verschilt de norm van de tabel voor jouw patiënt, schrijf dat dan op in het dossier en zeg het bij de overdracht. Een collega die de streefwaarde niet kent, belt óf te vroeg óf te laat.

De EMV-score (Glasgow Coma Scale)

Op de andere kant van de kaart staat de Glasgow Coma Scale, in Nederland meestal EMV genoemd: Eye, Motor, Verbal. Je geeft per onderdeel de hoogste score die de patiënt haalt en noteert de drie waarden apart. Beoordeel de motorische reactie aan de beste zijde en gebruik een centrale pijnprikkel als de patiënt niet op aanspreken reageert.

ScoreEye openingMotor responseVerbal response
6Voert eenvoudige opdracht uit
5Lokaliseert pijnprikkelGeoriënteerd in tijd, plaats en persoon
4Opent ogen spontaanTerugtrekken van arm op pijnprikkelConversatie mogelijk, doch verward
3Opent ogen op aansprekenAbnormaal buigen van arm bij pijnprikkelInadequate taal
2Opent ogen op pijnprikkelStrekken van arm bij pijnprikkelMaakt onverstaanbare geluiden, kreunt
1Opent ogen nietGeen reactie op pijnprikkelGeen verbale uitingen, of geïntubeerde patiënt
Dezelfde indeling als op de kaart. EMV-max is 15 (E4M6V5), het minimum is 3.

Rapporteer E4M6V5, niet alleen 15

De hoogste score is 15. Om het bewustzijn betrouwbaar te kunnen volgen, rapporteer je de drie afzonderlijke waarden en niet alleen de som: E3M5V4 en E2M6V4 tellen allebei op tot 12, maar beschrijven een andere patiënt. Bij een geïntubeerde patiënt kan er niet gesproken worden; op de kaart valt dat onder score 1, veel afdelingen noteren dan V = T (tube). Volg daarin het protocol van je eigen afdeling.

Wat een daling betekent

Een EMV die met 2 punten of meer daalt ten opzichte van de vorige meting is een reden om de arts te bellen, ook als het totaal nog boven de 12 ligt. Een score van 8 of lager betekent dat de patiënt de eigen luchtweg mogelijk niet meer kan beschermen. Controleer bij elke daling eerst de glucose en de saturatie; een hypo of te weinig zuurstof is een veelvoorkomende en omkeerbare oorzaak.

Waar zit het verschil tussen EMV en AVPU?

De AVPU (Alert, Verbal, Pain, Unresponsive) is de snelle versie voor de eerste beoordeling en voor de EWS. De EMV is fijnmaziger en beter om een verloop te volgen, bijvoorbeeld na een val op het hoofd of bij een neurologische patiënt. Grofweg komt A overeen met EMV 15, V met ongeveer 13, P met ongeveer 8 en U met 3. Op de afdeling gebruik je meestal de AVPU voor de EWS en de EMV zodra het bewustzijn een aandachtspunt is.

De normaalwaarden zijn het groene vak van de EWS

Alle waarden uit de tabel hierboven vallen in het groene vak van de EWS-tabel: 0 punten. Hoe verder een meting van deze waarden af zit, hoe meer punten hij oplevert en hoe eerder je belt. Hoe die optelsom werkt en wanneer je de arts belt, lees je in het artikel over de EWS-score.

Drie aandachtspunten bij het meten

  • Tel de ademhaling een volle minuut, zonder dat de patiënt het merkt. Het is de gevoeligste parameter en de eerste die verandert bij verslechtering, en tegelijk de parameter die het vaakst wordt geschat.
  • Noteer de omstandigheden: zuurstof bij de saturatie, de houding bij de bloeddruk, hoe lang de patiënt in rust was. Een meting zonder context is moeilijk te vergelijken met de volgende.
  • Vergelijk met de vorige meting, niet alleen met de tabel. Een systole van 110 is normaal, maar bij een patiënt die vanochtend 150 had, is het een daling van 40 en dus een reden om verder te kijken.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de normaalwaarden van de vitale functies bij een volwassene?

Ademhaling 12 tot 20 per minuut, pols 60 tot 100 en regulair, bloeddruk rond 120/80 (systole 100 tot 140, diastole 60 tot 95), saturatie 95 tot 100 procent, temperatuur 36,5 tot 37,5 graden, urineproductie 0,5 ml per kilo per uur, capillaire refill 2 seconden en een nuchtere glucose van 3,5 tot 6,0 mmol/l. Dit zijn waarden voor een gezonde volwassene in rust; per patiënt kan de norm anders liggen.

Is een pols van 55 afwijkend?

Bij een getrainde sporter of iemand die een bètablokker gebruikt is een pols van 55 vaak gewoon zijn of haar normaal. Kijk naar de uitgangswaarde van de patiënt, naar de regelmaat en naar de andere parameters. Een pols van 55 met een goede bloeddruk, een alerte patiënt en een warme huid is iets anders dan een pols van 55 bij duizeligheid of een dalende tensie.

Wat is een normale EMV-score?

E4M6V5, samen 15: de patiënt opent de ogen spontaan, voert opdrachten uit en is georiënteerd in tijd, plaats en persoon. De laagste score is 3. Rapporteer altijd de drie losse waarden en niet alleen het totaal, want E3M5V4 en E2M6V4 zijn allebei 12 en betekenen iets anders.

Welke saturatie is normaal bij COPD?

Bij een deel van de mensen met ernstig COPD streeft de arts naar een saturatie van 88 tot 92 procent, omdat te veel zuurstof bij hen de ademprikkel kan onderdrukken. Het streefdoel staat in het dossier of het behandelplan. Ontbreekt het, vraag er dan naar bij de arts in plaats van de algemene norm van 95 procent te hanteren.

Voorkant van de kaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV
Achterkant van de kaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV

De kaart voor aan je uniform

Meten is weten: normaalwaarden en EMV

Alles uit dit artikel staat op deze kaart: 7 × 12 cm, afneembaar kunststof, met een clip aan je pak. Voor € 4,95, of als onderdeel van de Set van 5 (€ 23,95, clip inbegrepen) en de Pick & Click met twintig kaarten.

Werk je bij een leerhuis, opleiding of op een afdeling? Laat de Normaalwaarden & EMV-kaart op maat maken met jullie eigen afkapwaarden, belnummers en logo, of bestel de bestaande kaart voor het hele team tegen staffelprijs. Kaarten op maat · Zakelijk bestellen

Bronnen en controle

  • Vilans, Zorg voor Beter: protocollen en richtlijnen voor het meten van vitale functies (temperatuur, pols, bloeddruk, ademhaling, saturatie).
  • VMS Veiligheidsprogramma, praktijkgids Vroege herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt.
  • Nederlandse Reanimatie Raad, richtlijnen Reanimatie 2021 (de ABCDE-benadering en de beoordeling van het bewustzijn).
  • Teasdale G, Jennett B, Assessment of coma and impaired consciousness: a practical scale, The Lancet 1974 (de Glasgow Coma Scale).
  • De referentiekaart Meten is weten: normaalwaarden en EMV van ZorgZipper (uitgave 2021).

Inhoud gecontroleerd op 11 september 2026. Volg altijd het protocol van je eigen afdeling; dat gaat vóór elke naslagkaart.

Lees ook